Soms vragen mensen me hoe het verhaal van Jeanne is ontstaan.
Eerlijk?
Ik weet het zelf niet helemaal.
Nadat mijn eerste boek verscheen, nam een journaliste contact met me op.
Ze vroeg of ik plannen had voor een volgend boek.
Zonder nadenken hoorde ik mezelf antwoorden:
'Ik zou graag een boek over Jeanne Panne schrijven.'
Waar dat idee vandaan kwam, weet ik vandaag de dag nog steeds niet.
Op dat moment wist ik nauwelijks iets over haar. Geschiedenis was nooit mijn vak geweest en de naam Jeanne Panne zei me weinig.
Toch liet het idee me niet meer los.
Ik dook het archief van Nieuwpoort in, las oude documenten en bracht uren door op het internet. Maar hoe meer ik zocht, hoe minder ik begreep. De bronnen spraken elkaar tegen. Verhalen veranderden afhankelijk van wie ze vertelde.
Op een dag werd het me te veel.
Gefrustreerd gooide ik al mijn notities, documenten en onderzoek op een grote stapel.
Daar bleven ze liggen.
Maandenlang. Misschien zelfs meer dan een jaar.
Toen schreef ik zelfs mijn tweede boek.
Maar Jeanne bleef.
Ze bleef door mijn gedachten wandelen, alsof ze niet van plan was om te vertrekken.
Misschien maakte het ook verschil dat ik toen letterlijk woonde op de plaats waar haar bakkerij in de zeventiende eeuw had gestaan.
Soms vond ik dat een vreemd idee.
Alsof haar voetstappen nog ergens verborgen zaten onder de stenen waarop ik elke dag liep.
Langzaam begon haar verhaal vorm te krijgen.
Ik bedacht het verhaal niet.
Iemand leek het me te vertellen.
Alsof ik niet zozeer een verhaal schreef, maar eerder luisterde.
Waar de woorden precies vandaan kwamen, weet ik nog steeds niet.
Ik weet alleen dat Jeanne ergens tussen geschiedenis en verbeelding tot leven kwam.
Dat haar verhaal uit mij kwam, maar nooit helemaal van mij voelde.
Misschien is dat wel de reden waarom het schrijven ervan soms aanvoelde als een raadsel.
Of een mysterie.
Of, als ik heel eerlijk ben...
Als een klein beetje magie.