Gegroet.
Renauld hier.
Nu Jeanne jullie heeft ingewijd in de geheimen van de kaneel, neem ik graag het woord om jullie mee te nemen naar mijn tijd, de dertiende eeuw.
Vandaag, op 1 september, zie ik hoe de kinderen in jullie wereld met kleurrijke rugzakken en frisse moed weer naar de schoolbanken trekken.
Dat doet me onwillekeurig terugdenken aan mijn eigen jeugd.
Ging ik graag naar school?
Laat ik eerlijk zijn: de dertiende-eeuwse kloosterschool was geen plek voor dromers. Discipline was de wet. Als we niet luisterden of onze lessen niet kenden, proefden we onherroepelijk de roede. We gingen zes dagen per week naar school, van maandag tot en met zaterdag. De zondag was de dag van de Heer. Die brachten we grotendeels biddend op onze knieën door in de koude kapel, terwijl een priester ons de les spelde.
Onze lessen waren bikkelhard. Geen creatieve vakken of sport zoals jullie dat nu kennen. We kregen les in de Septem Artes Liberales, de zeven vrije kunsten. Dat begon met grammatica, logica en retorica, volledig in het Latijn, de taal waarin we moesten spreken, lezen en schrijven. Daarna volgden rekenkunde, meetkunde, muziektheorie en astronomie. We leerden niet hoe de wereld werkte om er rijk van te worden, maar om de goddelijke orde in de kosmos te begrijpen. Het was saai, vermoeiend en de houten banken waren hard en ijskoud.
Wanneer ik aan het eind van de middag eindelijk naar huis mocht lopen, rammelde mijn maag. Thuis wachtte mijn moeder.
In die tijd was er geen sprake van de luxe die jullie vandaag kennen. Geen zoete koeken of frisdrank. Moeder schepte een houten kom vol met dikke graanbrij (brij van haver of gerst) of een stevige bonensoep met een homp zwaar roggebrood. Vlees hadden we alleen als de mannen van het dorp gingen jagen. Maar... Die warme brij smaakte na een dag Latijn als het grootste feestbanket.
De dag zat er echter nog niet op. Na school begon het fysieke werk. Paarden verzorgen, stallen uitmesten, hout hakken voor het haardvuur, helpen met de oogst, druiven stampen,... Dit laatste deed ik graag met Myrthe. We stampten tot de zon onderging. Pas als de avondklok luidde, mochten de kaarsen uit en zochten we de strozakken op.
Als ik vandaag naar jullie scholen kijk, zie ik hoeveel er veranderd is. Er is meer zachtheid, meer comfort, en de kennis ligt met een druk op de knop voor het grijpen. En toch is de essentie nooit veranderd. De boeken kunnen je veel leren, en de professoren kunnen je hoofd vullen met data en formules. Maar de allerhoogste wijsheid staat in geen enkel manuscript geschreven. De beste leerschool is en blijft het leven zelf. Het zijn de stormen die je trotseert, de drempels waar je over struikelt en de momenten waarop je, ondanks het onrecht, besluit om rechtop te blijven staan.
Daar wordt je ziel gevormd.
Niet in de klas, maar in de arena van het dagelijkse leven.
Studeer met je hoofd.
Leer met je hart.
Renauld.