De rode draad van de ziel

Gepubliceerd op 24 augustus 2026 om 15:36

Deze morgen had ik me grandioos overslapen. Nochtans lag ik reeds vroeg in bed en heb ik deze nacht ontzettend rustig geslapen zonder wakker te worden.
Ik dronk mijn eerste kop koffie en scrolde gedachteloos wat op sociale media, tot mijn oog viel op een bizar bericht uit Frankrijk: ‘Vrouw valt zes meter in verboden deel van Parijse catacomben en raakt gewond’. Op dat exacte moment schoot er een ijskoude rilling door mijn hele lichaam. Mijn adem stokte. Het was geen gewone reactie op een nieuwsbericht; het was een diepe, innerlijke resonantie. Het leek alsof de ondergrond van Parijs via het beeldscherm rechtstreeks tegen me sprak.

Wie mij kent, weet dat ik niet geloof in toeval. Ik geloof in synchroniciteit. In de rode draad van de ziel die zich door de tijd heen weeft. En vanochtend vielen nog meer puzzelstukken van mijn leven en mijn familiegeschiedenis op een bijna adembenemende manier in elkaar.

Ik heb altijd een onverklaarbare, magnetische aantrekkingskracht gevoeld tot Parijs, maar niet tot de typische toeristische plekken. Telkens wanneer ik in de Franse hoofdstad was, trok mijn intuïtie me direct naar één specifieke plek: de oevers van de Seine. Ik kan daar uren slenteren, simpelweg luisterend naar het water, kijkend naar de werkjes van de vele kunstenaars die ze uitstallen aan haar boorden, overvallen door een gevoel van diepe melancholie en thuiskomen. Ik zocht enkele foto's op van mezelf in Parijs en zal ze hieronder posten, want vandaag begrijp ik waarom die Seine me telkens aantrekt.

Zoals sommigen van jullie al weten, herbergde mijn familiegeschiedenis een rauw en krachtig geheim. Een van mijn voorouders, Renauld de Malesis, de Tempelier, die ik opa Renauld ben gaan noemen, werd door de Franse koning Filips de Schone beschuldigd van ketterij, gruwelijk gemarteld en uiteindelijk levend verbrand op de brandstapel, samen met zijn vrienden. Die executies vonden plaats op een eilandje in de Seine, pal naast de Notre-Dame. Na de verbranding werd hun as rechtstreeks in de Seine gestort, om te voorkomen dat er ooit een graf of herdenkingsplek zou overblijven. Wanneer ik langs de Seine slenterde, liep ik letterlijk op de grond waar de ziel van Renauld werd vrijgemaakt.

In mijn allereerste boek schreef ik in 2019 over het personage Robin, een schuilnaam die ik destijds koos voor, jawel, een man genaamd Renaud. Ik schreef over hoe hij me altijd het verhaal vertelde over de Notre-Dame en me het boek Les Misérables van Victor Hugo schonk voor mijn verjaardag. Hij zou me er ooit mee naartoe nemen, zei hij. Het kwam er nooit van. Tijdens het schrijven van dit boek kwam de Notre-Dame regelmatig ter sprake. 

Ik herinner me een moment dat me nu pas echt kippenvel bezorgt. Toen ook, maar nu ik veel meer weet over onze familiegeschiedenis, nog veel meer. Terwijl ik dat boek aan het schrijven was, worstelde ik met de vraag of ik dit intieme verhaal wel met de wereld mocht delen. Ik keek naar boven, richtte me tot Renaud en vroeg hem hardop om een teken. Die exacte week stond de wereld stil: de Notre-Dame van Parijs stond in brand.

Ik kon het destijds niet verklaren en grapte tegen mezelf dat Renaud en Jezus daar een barbecue hadden gehouden en het verkeerd was afgelopen. Vandaag zie ik de diepe, huiveringwekkende waarheid. Renaud vertelde me toen we nog samen waren en hij nog leefde, niet alleen het verhaal van de onthoofde beelden toen Parijs in brand stond tijdens de Franse Revolutie. Hij vertelde me hoe revolutionairen elk spoor van het koningshuis wilden uitwissen. Hoe ze alle gekroonde beelden hebben onthoofd. Hoe die beelden eigenlijk geen afbeeldingen van het Franse koningshuis waren, maar beelden van de koningen van Juda en Israël, de Bijbelse voorouders van Jezus. De rebellen hadden dus, in hun strijd tegen de Franse troon, per ongeluk Bijbelse figuren onthoofd. Onrechtstreeks vertelde hij me het verhaal van opa Renauld, want de officiële naam van de Tempeliers was: de Arme Ridders van Christus en de Tempel van Salomo. Toen de orde rond 1119 werd opgericht in Jeruzalem, kregen ze van de koning een hoofdkwartier op de Tempelberg. Dit was de exacte locatie waar eeuwen eerder de legendarische Tempel van Salomo had gestaan. De Tempeliers hebben hun naam dus letterlijk ontleend aan de koningen die op de gevel van de Notre Dame stonden en eeuwen later werden onthoofd. En nog eens eeuwen later stond de Notre Dame letterlijk in brand.

Zijn antwoord op mijn vraag of ik ons verhaal mocht delen was dus toen, naar mijn gevoel, een beetje tweestrijdig, maar nu voel ik het als een absolute 'ja'. Een groter teken bestaat niet.

En de toevalligheden stoppen daar niet. Toen ik dat eerste boek vertaalde naar het Frans, werd het opgepikt door de Parijse uitgeverij Le Lys Bleu. De blauwe lelie. De lelie was in het jaar 1300 het absolute, koninklijke symbool van de Franse monarchie, de troon die opa Renauld veroordeelde tot de brandstapel. Nu, eeuwen later, gebruikt een Parijse uitgeverij met diezelfde naam mijn woorden om het verhaal van Renaud, die ik leerde kennen in Westende, weer de wereld in te sturen. Wat destijds door vurige tongen in Westende en in het vuur in Parijs werd vernietigd, wordt nu in Frankrijk in ere hersteld.

En het vuur stopt daar niet...

Het vuur uit het verleden bleef me achtervolgen, ook dichter bij huis. Na het verhaal van Renaud werd ik onweerstaanbaar getrokken naar een andere ziel die onrecht is aangedaan: Jeanne Panne, de zogenaamde ‘heks’ van Nieuwpoort. Over haar schreef ik twee boeken. Ook zij werd na onmenselijke martelingen, net als opa Renauld, op de brandstapel gegooid.

Nu begrijp ik waarom ik telkens schrijf over onrecht. Waarom ik van bepaalde dingen ontzettend kwaad word en soms overdrijf met mijn reacties. En nu weet ik ook waarom er al meer dan een jaar een schrift op mijn bureau ligt met plannen om een boekenreeks te schrijven over één ziel en haar verschillende levens. Alles stroomt naar dit ene moment.

Momenteel werk ik keihard aan de lancering van mijn nieuwe, mystieke boekenserie: de Bloemenreeks. Het allereerste deel, Myrthe, speelt zich af op het platteland van Reims en in Parijs, rond exact datzelfde jaartal: 1300. Ik dacht dat ik een fictief verhaal had geschreven, maar de koude rillingen van vanochtend logen niet. Het krantenartikel over de catacomben opende een poort. De ondergrond van Parijs roept de verhalen omhoog die eeuwenlang verborgen moesten blijven. Hoe meer ik stukken uit Myrthe herlees, hoe meer ik van de ene verbazing in de andere val.

Al die synchroniciteit zorgt er ook voor dat mijn nachten magisch zijn. De laatste tijd heb ik ongelooflijk heldere, intense dromen. En de twee afgelopen nachten had ik ervaringen die ik nooit meer zal vergeten.

Eerst een droom in het Engels over Lady Di. Haar woorden toen ik wakker werd: don't fear... Wat erna kwam, kan ik me niet meer herinneren en dit vind ik ontzettend jammer. Gisteren schreef ik hoe Lady Di is verweven met het Parijse verhaal. Vandaag, toen ik Le Lys Bleu typte, dacht ik: er is een connectie tussen Lady Di en die lelie, maar wat? Ik besloot in Google te typen: Lady Diana – lelie. Dit was het antwoord: voor Lady Diana was de lelie (Lily of the Valley) haar lievelingsbloem. Tijdens haar huwelijk droeg ze die lelies in haar hand, zij aan zij met een takje myrte. OMG! Dezelfde Myrthe die nu de titel van mijn nieuwe boek draagt. En alsof dit nog niet genoeg is... Vandaag draagt haar kleindochter Lilibet ('Lili') Diana's naam verder, dus niet alleen de naam van koningin Elizabeth. En ook... De ouders van Lili, staan momenteel ongelooflijk in the picture... Hoe zou dat komen?

Deze nacht droomde ik weer intens en levendig. Ik zag geen gezicht. Ik zag wel mijn eigen handen. Handen die teder werden vastgehouden door iemand anders. Wie weet ik niet. Ik hoorde een vrouwelijke stem, diep en rustgevend, en de woorden die me nu nog steeds doen trillen: Je hoeft niets te doen. Je bent alleen de boodschapper.

Die woorden brachten een immense rust. Het was de ultieme bevestiging. Ik hoefde het verhaal van Myrthe niet te forceren toen ik het schreef. Ik hoefde het niet te verzinnen uit het niets. Het verhaal was er al, opgeslagen in de tijd, en ik werd uitgekozen om het door te geven aan de wereld. Ik mag het verwoestende vuur omzetten naar puur licht.

Misschien hoef ik uiteindelijk niet te weten waar al die draden vandaan komen en hoeven jullie niet mee te gaan in mijn verhaal. Misschien hoef ik niet te bewijzen waarom bepaalde namen, plaatsen en verhalen telkens opnieuw op mijn pad verschijnen. Misschien hoef ik alleen maar te luisteren. Want...  Ergens tussen Parijs en Nieuwpoort, tussen vuur en water, tussen Renauld, Jeanne, Renaud, Lady Di en Myrthe, loopt een rode draad die ik jarenlang niet kon zien. Ik kon de draad alleen maar voelen.

Vandaag zie ik de draad.

Misschien waren de woorden uit mijn droom daarom zo eenvoudig: Je hoeft niets te doen. Je bent alleen de boodschapper.
Misschien zoek ik het te ver? Wie zal het zeggen? 

Ik kan al die toevalligheden niet langer zomaar toevalligheden noemen. Voor mij voelt het kristalhelder. Ik heb me nog nooit in mijn leven zo rustig gevoeld. En rust... Ooit stuurde ik volgende woorden het universum in: 'Ik vraag niet veel, alleen maar rust.' 
Het zal wel toeval zijn...

 

 

 

Wat me opvalt aan die foto's genomen in Parijs...

Alhoewel ik toen ongelooflijk ongelukkig was, zie ik er enorm gelukkig uit.

De laatste foto is nu wel heel speciaal.

Ik zit te eten op een boot die vaart op de Seine. 

En mijn haarkleur... Vuur...