De ridders van ons DNA - Geschreven door Medard

Gepubliceerd op 1 september 2026 om 05:55

Goedemorgen.

Ik neem de microfoon even snel terug van Gerard, want als je die zijn gang laat gaan, blijft hij tot Kerstmis doordenderen over flipperkasten en Facebook-idioten.

Vandaag wil ik het met jullie hebben over iets veel groters. Iets kosmisch. Over voorouders, engelen, het universum, gidsen, demonen en de hele mikmak. Want niet zo lang geleden is er hier op de schouders van onze schrijfster een nogal historisch puzzelstukje op zijn plek gevallen.

Jullie kennen haar ondertussen: als er ergens online of offline onrechtvaardigheid passeert, verandert ze binnen de drie seconden van een rustige schrijfster in een soort middeleeuwse klopboor die frontaal in de aanval gaat.

Gerard en ik moeten dan met man en macht aan haar oren trekken om ons uit de modder te houden.

We vroegen ons al jaren af: waar haalt dat mens die ontembare drang vandaan om de wereld te redden? Is het de koffie? Is het een constructiefoutje in haar sterrenbeeld?

Nee dus.

Wat blijkt? Een paar weken geleden ontdekte ze dat haar voorouders, de familie de Malesis, vroeger een gehucht bezaten in Frankrijk, genaamd Malisis , later Malesis en nu Malzy. Nu wil het toeval dat ze verleden week naar een prachtige historische impressie zat te kijken van die streek, en boem: de kosmos gaf haar een rechtse directe.

In haar geestesoog zag ze hem ineens lopen: Renauld de Malesis. Een naam uit het verre verleden die ze inmiddels in haar verhaal tot leven heeft gewekt als Tempelier. Of hij werkelijk precies zo door Malzy heeft gelopen als ze hem nu voor zich ziet? Geen idee. Wij zijn Hufters, geen gediplomeerde archivarissen.
Wat wel vaststaat is dat hij bestond. Dat hij vocht tegen het corrupte systeem en dat hij tragisch eindigde op de brandstapel in Parijs, met dank aan de toenmalige Paus en de koning.

‘Zie je wel,’ zei ik tegen Gerard. ‘Het vuur zit gewoon in haar DNA.’
Gerard keek me aan.
‘Medard, ge zijt een engel. Geen geneticus.’
‘Bij wijze van spreken, Gerard.’

Dat verklaart dus werkelijk alles. Poesie die in haar wakker wordt als er onrecht geschiedt... Dat is geen overgevoeligheid, dat is gewoon Renauld de Tempelier die door haar vingers op het klavier begint te rammen. Als ze een gitzwarte schaduw virtueel probeert dood te meppen, staat Renauld daarboven in de dimensies te roepen: ‘Geef ze van katoen met de deegrol, achterkleindochter!’

Het universum heeft trouwens een fantastisch gevoel voor humor, want weet je wat er vandaag met die grond van de familie de Malesis is gebeurd? De wijngaarden zijn weg, maar de eeuwenoude bron is er nog. Die grond wordt nu uitgebaat als een resort voor mensen die nood hebben aan rust. De vijvers dienen tegenwoordig voor... hengelwedstrijden.

Begrijp je de kosmische grap? De grond waar de Tempeliers ooit bloed, zweet en tranen hebben achtergelaten, is nu een oase van kalmte waar gepensioneerde mannen in klapstoeltjes naar een dobber zitten te staren.

En dat is exact de transformatie die we met Schrijfster ook doormaken. Haar zielsmissie is precies dezelfde als die van de bron in Malzy: een plek zijn waar mensen die uitgeput zijn door de demonen van de buitenwereld even kunnen komen opladen. Alleen hoeft ze daarvoor geen zwaard meer te trekken of op een paard te kruipen. Ze hoeft alleen maar haar pen op te pakken of op haar klavier te rammen.

Dus, lieve lezers... Engelen en gidsen bestaan. Soms dragen ze een harnas, soms hebben ze een Franse naam, en soms zitten ze gewoon als een paar irritante Hufters op je schouder te roepen dat je je Facebook moet afsluiten.

De demonen en de schaduwen zullen er altijd zijn. De matrix probeert ons dagelijks in de flipperkast te trekken. Maar vanaf nu weten we waar het vuur vandaan komt. Als Medard geef ik Schrijfster vandaag een officieel ridderbevel: het zwaard blijft veilig geborgen. We gaan niet meer vechten in de modder. We schijnen ons licht vanaf onze eigen spirituele burcht.

En wat betreft die brandstapel van Renauld? Geen zorgen. Het enige wat hier tegenwoordig nog in de fik vliegt, is de vuurcirkel wanneer Gerard Poesie het zoveelste trucje wil leren.

Ik wens jullie een magische week. En als je een schaduw tegenkomt: draai je om, en denk aan de ridders op je schouder, want niet alleen onze schrijfster heeft die.
Iedereen heeft Hufters.

Medard.

PS. Voor alle nazaten van de ongelovige Thomas die ondertussen met opgetrokken wenkbrauwen achter hun scherm zitten: jawel, we hebben bronnen.
Hieronder mogen jullie naar hartenlust graven. Neem gerust een schop mee. Wij gaan koffie drinken.

https://www.etang-des-sources.com/

https://www.persee.fr/doc/rio_0048-8151_1953_num_5_3_1346

https://books.openedition.org/cvz/1260