Gisteren had ik een vriendin aan de telefoon. Ze woont in een gemeente die de laatste tijd in het nieuws komt door geweld in het gemeentelijk park. Volwassenen en kinderen die in elkaar getimmerd worden, omdat het park 'van hen' zou zijn, volgens de vechtersbazen. Mijn vriendin wandelt er elke dag met haar hond. Ze kreeg het ook al eens aan de stok met een van hen. Ze houden niet van vrouwen die mondig zijn. Blijkbaar houden ze ook niet van honden.
We spraken over hoe overal het geweld toeneemt. Hoe het sluipend dichterbij komt. Hoe we ons afvragen: hoe is het zover kunnen komen? Wat is de reden achter dit geweld? Welke onderstroom duwt mensen naar agressie, naar chaos, naar het idee dat ze recht hebben op de ruimte van anderen?
Toen ik aflegde, sprak ik tot mezelf: Dit blijft niet duren. Ooit nemen mensen het heft in eigen handen. En dan? Zal het nog meer escaleren? Of zal het stoppen wanneer er mensen opstaan en zeggen: nu is het genoeg!
En wat lees ik vandaag? Een enorme vechtpartij op de Gentse Feesten. En ja hoor … op de videobeelden is te zien uit welke groep het opnieuw komt. Het is alsof dezelfde schaduw telkens weer opduikt, op elke plek waar mensen gewoon willen genieten, vieren, leven.
Waarom gebruiken ze zoveel geweld tegen ons?
Waarom telkens opnieuw?
Waarom overal?
Zelfs hier aan de kust ontsnappen we er niet aan. Geweld op het openbaar vervoer. Geweld tegen ordediensten. Geweld tegen kinderen. Wanneer stopt het? Wanneer worden ze echt gestraft?
En dan moet ik denken aan mijn zoon. Enkele maanden geleden redde hij een meisje uit de klauwen van zo’n individu. Handtastelijk, onbeschoft, intimiderend. Het meisje kwam naar mijn zoon en zijn vriend, omdat ze bang was. Ze vroeg om hulp. Zelfs toen kon de man haar niet met rust laten.
De vriend van mijn zoon zei dat hij moest stoppen. Hij kreeg een klap boven zijn oog. Een gapende wonde was het resultaat.
Toen wilde hij mijn zoon aanvallen. De security van de zaak kwam ertussen. Politie en ambulance kwamen toe. Ze pakten de relschopper op.
Mijn zoon moest de volgende week op verhoor. En hoe lang denk je dat die kerel werd vastgehouden? Twee uren.
Waarom?
Waarom worden onze kinderen wel gestraft en zij niet?
Waarom krijgen onze jongeren GAS‑boetes voor futiliteiten, zoals wildkamperen omdat ze een vriend gaan bezoeken die zit te vissen, terwijl de echte relschoppers na twee uur weer buiten staan?
Dit maakt me boos.
Dit maakt me verdrietig.
Dit maakt me bezorgd.
En laat me dit duidelijk zeggen: Mijn bericht dient niet om te polariseren. Het dient niet om racistische uitspraken of denkwijzen te voeden. Het dient niet om groepen tegen elkaar op te zetten. Mijn bericht is er gewoon omdat ik het zelf niet meer normaal vind. Omdat ik zie wat er gebeurt. Omdat ik voel wat het met mensen doet. Omdat ik niet begrijp waarom geweld zo vaak wordt gebagatelliseerd, en waarom de gevolgen zo ongelijk verdeeld lijken.
Geweld is geen incident meer. Het is een schaduw die zich verspreidt en die telkens terugkomt. Een golf die steeds dichterbij rolt.
En toch… toch geloof ik dat er een moment komt waarop mensen opstaan en zeggen: Nu is het genoeg!
Niet uit haat.
Niet uit wraak.
Uit bescherming.
Uit liefde voor hun kinderen.
Uit zorg voor hun gemeenschap.
Uit het verlangen om weer gewoon te kunnen leven zonder angst.
Tot die dag blijft de vraag in mij rondspoken: Wanneer stopt het? En wie zorgt ervoor dat het stopt?