Er zijn reizen die je maakt om te ontsnappen, en er zijn reizen waarin het universum stilletjes een zaadje plant voor de toekomst.
Jaren geleden, op de rustige terugweg van Lloret de Mar, besloten we de vakantiestress achter ons te laten.
We slenterden door Nîmes, Lyon en Beaune, om uiteindelijk te stoppen bij de kathedraal van Reims.
Ik wist toen nog niet wat ik vandaag weet. Ik wist niet hoe diep Reims verweven was met de geboorte van mijn nieuwe boek Myrthe, of hoe de geschiedenis van het jaar 1300 daar op me wachtte. Ik was daar simpelweg als een moeder met haar kinderen.
In de serene, koele stilte van de kathedraal mochten mijn jongens een kaarsje branden.
‘Doe maar een wens,’ fluisterde ik hen toe.
Mijn oudste zoon hield zijn wens wijselijk voor zichzelf, bang dat de magie zou verbreken als hij de woorden hardop zou uitspreken. Maar mijn jongste zoon keek met zijn pure, kinderlijke blik naar de flikkerende vlammetjes en sprak de legendarische woorden: ‘Jezus, alstublieft. Laat het licht in onze slaapkamer terug werken wanneer we thuiskomen.’
Vlak voor ons vertrek was de lamp in hun slaapkamer namelijk gesprongen.
Waar de volwassen wereld in zo’n immense kathedraal bidt om grootse zaken, bad mijn jongste zoon om de essentie: het verdrijven van de duisternis uit hun eigen veilige haven, hun kamer. Hij vroeg om het herstellen van het LICHT.
Buiten, aan de grote gevel van diezelfde kathedraal, waakte een wezen dat die kinderlijke onschuld feilloos begreep: L’Ange au Sourire, de Glimlachende Engel van Reims. Een prachtig beeld uit 1240. Waar de meeste beelden uit die tijd streng en emotieloos neerkijken, draagt deze engel een mysterieuze, wetende en bijna ondeugende glimlach op de lippen. Toen ik deze foto tegenkwam bij het zoeken naar afbeeldingen voor een video, dacht ik eerst: ‘Man... Het is blijkbaar goeie wijn aan de toog van ’t Kot van God...’ Ik kreeg zelfs spontaan een lachbui. Een lachbui door de glimlachende engel waar ik tot vandaag nooit over had gehoord. Ik zocht de engel zelfs op via Google, en dacht: 'Wacht... Reims... We zijn er ooit geweest.' Gelukkig vond ik onze foto's terug. Plaatjes van mijn glimlachende kinderen, spelend voor de kathedraal, knuffelend met een boom, hoe ze sereen een kaarsje brandden... En jawel... Twee foto's waar ze 's avonds in het restaurant met een koene ridder poseerden, alsof opa Renauld een knipoog gaf vanuit het universum. Die dingen kan je gewoonweg niet verzinnen... Ongelooflijk!
De engel met de glimlach, die mijn Tempeliers-voorouder Renauld de Malesis en mijn personage Myrthe destijds in het jaar 1300 ook hebben aangekeken wanneer ze door Reims liepen, bezorgde me vandaag een moment van intense, spontane vreugde.
Deze engel draagt echter een portie drama met zich mee.
Net zoals mensen kunnen engelen soms ook hun glimlach verliezen...
Op 19 september 1914, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werd de kathedraal getroffen door een verwoestende brand. Het VUUR vrat aan de stenen. Een vallende balk raakte de Glimlachende Engel en hij werd letterlijk onthoofd. Zijn stenen gezicht spatte in meer dan twintig stukken uiteen op de kasseien. De glimlach leek voorgoed vernietigd.
Gelukkig kan het duister het licht nooit definitief doven. Gelovige burgers verzamelden de scherven uit de as.
Jaren later, in 1926, werd de engel aan de hand van oude gipsafgietsels minutieus gerestaureerd.
Hij werd het nationale symbool van de Franse veerkracht: de glimlach die het vuur overleefde.
What was broken, was brought back to the light.
Toen we destijds na die prachtige reis zonder haast weer thuis arriveerden in Westende, repte ik me naar boven, terwijl de kinderen op de stoep praatten met een vriendje dat daar toevallig voorbij liep. Snel verving ik de lamp in hun slaapkamer. Ik speelde voor Jezus...
Even later stapten ze hun donkere slaapkamer binnen, drukten op de schakelaar, en alsof de kosmos een knipoog wilde geven aan het pure geloof van een kind: de lamp deed het weer.
Ik zie mijn jongste zoon er nog altijd naar staren...
Er was een mirakel gebeurd...
En mijn oudste bekeek het nuchter...
Volgens hem was het puur toeval.
Vandaag begrijp ik de diepe synchroniciteit van dat moment pas echt.
Het vuur probeert de boel soms te vernietigen.
Het vernietigde de Tempeliers in 1314, Jeanne in 1650, het brandde de Notre-Dame in 2019, het onthoofde de engel in 1914, en het laat de lampen in onze slaapkamers springen. Het duister probeert ons te overtuigen dat we in het donker moeten achterblijven.
We hoeven echter niet te vrezen. We hoeven alleen maar de boodschappers te zijn van dat kleine, hardnekkige vlammetje.
Het vlammetje van die kaars. Het licht...
De voorverkoop van Myrthe loopt als een trein, en met de Bloemenreeks doen we precies wat mijn zoon destijds bij dat kaarsje vroeg: hij vroeg om licht.
Het is magisch hoe de onzichtbare wereld werkt...
De cirkel is rond.
En de engel?
Die glimlacht onverstoorbaar verder...
Reims juli 2012