Er is iets vreemds aan de hand. Iets dat ik al jaren voel, maar dat nu pas in de kranten verschijnt. Woorden zoals heksenjacht, brandstapel, verbranding, ketterij. Woorden die ik gebruikte toen ik mijn boek schreef, lang voordat journalisten ze durfden neer te zetten.
Telkens vroeg ik me af: Wat als de brandstapel nog bestaat?
Ik voelde niet de vlammen die Jeanne en vele anderen in de zeventiende eeuw hebben gevoeld. Ik voelde het vuur figuurlijk likken aan mijn voeten. De samenleving kanaliseerde haar angst door iemand te zoeken die moest branden.
Tijdens de pandemie was dit overal pijnlijk zichtbaar. Mensen die zich niet lieten vaccineren werden niet gewoon tegengesproken. Ze werden gelabeld. Het was hard. Het was onrechtvaardig. Het was onmenselijk.
Ze werden weggezet als extreemrechts, aanhangers van een bepaalde partij, fascisten, en dat terwijl veel van hen gewoon mensen waren die vragen hadden, twijfels, zorgen. Mensen die hun intuïtie wilden volgen in plaats van de massa. Sommigen waren er zelfs niet tegen. Ze waren gewoon voorzichtig.
In een angstige samenleving is nuance het eerste dat verdwijnt. Wie niet meeloopt, wordt aanzien als een van de vele dorpsgekken die elkaar vinden op sociale media. De krantenkoppen van toen waren stuk voor stuk onheilspellend. De media deed duchtig mee met het mensen in hokjes duwen, labelen en niet te vergeten: elkaar ophitsen. Daar waren ze toen zo goed in.
En nu? Nu durven ze het woord gebruiken dat ik toen al voelde. Nu durven ze de metafoor van de brandstapel aan te raken. Nu durven ze zelfs in De Morgen de vraag stellen: Waar was de politiek?
Mijn gevoel gaat verder. Mijn vraag is scherper: Wat als de virologen handelden in opdracht van de politiek? Wat als virologen gewoon schakels waren in een systeem dat groter was dan zijzelf?
Virologen kwamen alle dagen op het scherm. Voor sommigen als kop van Jut. Voor anderen waren het de boosdoeners. En dan had je natuurlijk degenen die alles wat ze vertelden inlepelden alsof het een mega Dame Blanche was met veel chocoladesaus en slagroom.
Het is makkelijk om achteraf te zeggen dat virologen te ver gingen. Communicatie is altijd gestuurd. En verantwoordelijkheid wordt altijd doorgeschoven naar degene die zichtbaar zijn.
De echte heksenjacht was toen niet tegen virologen. De echte heksenjacht was tegen gewone mensen. Tegen burgers. Tegen twijfelaars. Tegen wie anders dacht. Tegen wie niet in de rij ging staan.
De brandstapel was digitaal. De fakkels waren woorden. De rook was sociale media. En de verbranding gebeurde in stilte, in families, in vriendschappen, in buurten. Wie heeft jarenlange vriendschappen verloren? En... Wie heeft mensen laten vallen omwille van een mening?
Nu schrijft men erover alsof het een historisch fenomeen is, net zoals de heksenvervolgingen toen. Sommigen zien het nog steeds als een gebeurtenis uit onze geschiedenis, zonder te kijken naar wie hier verantwoordelijk is.
Ik herinner me hoe het voelde. Hoe mensen elkaar verloren. Hoe men elkaar verweet. Hoe men elkaar labelde. Hoe men elkaar verbrandde zonder vuur.
De brandstapel bestaat nog.
Geen vuur, maar woorden.
Geen vlammen, maar uitsluiting.
Geen bellenman, maar krantenkoppen.
Velen werden net als de heksen veroordeeld omwille van een keuze. Het waren geen fascisten, geen extremisten en zeker geen marionetten van een partij. Het waren gewoon mensen die hun instinct volgden. En... dat is nooit een misdaad geweest.