Het vuur roept me opnieuw

Gepubliceerd op 18 augustus 2026 om 11:59

Soms volg je een pad waarvan je pas jaren later begrijpt waarom je er ooit aan bent begonnen.
Dat is exact wat er de afgelopen week met mij is gebeurd. Een besef dat zo diep gaat, dat het me tegelijkertijd beangstigt en een immense helderheid geeft.

Velen van jullie kennen mij van mijn eerdere boeken. Wat bijna niemand wist, en wat ik zelf pas nu ten volle realiseer, is dat ik die verhalen misschien nooit zomaar heb bedacht.

Mijn leven aan de kust voelt steeds meer als een spiegel van iets veel ouder.

Toen ik in het jaar 2000 naar de kust kwam wonen, was dat geen weloverwogen beslissing. Het was een drang. Een innerlijke zoektocht naar rust.

Ik ontmoette er Renaud. Een jongen die door zijn ziekte werd uitgespuugd door zijn omgeving en de maatschappij. Ik schreef in mijn eerste boek over onze liefde, de mooie en de mindere momenten, de drama's en hoe hij echt was (met mij). 

Later belandde ik in een destructieve relatie waarin ik mezelf volledig verloor. Ook dat schreef ik van me af, in mijn tweede boek.

En toen kwam Jeanne...

Tijdens de lockdown ging ik met haar in dialoog. De woorden vloeiden op papier. Haar woorden... Soms kwamen er dingen binnen waarvan ik zelf niet begreep waar ze vandaan kwamen.

Pas vorige week vielen een aantal puzzelstukken met een donderslag op hun plaats.

Toen ik schreef over Jeannes bakkerij, woonde ik letterlijk op de grond waarmee ik haar verhaal verbond. Ik voelde me daar opgejaagd en enorm onrustig.

Toen ik schreef over haar proces en de brandstapel, woonde ik op amper twintig meter van het oude gerechtsgebouw. Op die plek voelde ik me leeg. Ik had geen energie. Nul. Ik was mezelf niet. Daar werd ik ook ziek.
Of daar werkelijk iets van het verleden is blijven hangen, kan ik natuurlijk niet bewijzen. Maar zo heb ik die plek ervaren: zwaar, geladen, bijna verstikkend.

En nu?
Nu woon ik in een huis waar ik, voor het eerst sinds lang, een diepe en bijna onbeschrijfelijke rust voel. Vlak bij de eeuwenoude Duvetorre. Ik kan haar vanuit mijn huis niet zien, maar ik voel iets bij die plek.

Rust.

En misschien is dat nog het meest bijzondere van alles. Steeds meer krijg ik het gevoel dat mijn lichaam, mijn gevoeligheid en mijn verbeelding al die jaren als een soort antenne hebben gewerkt. Dat ik thema's als uitsluiting, misbruik, vervolging en de brandstapel zo diep moest doorvoelen om erover te kunnen schrijven. 

En die stroom stopt niet...

Vorige week stootte ik tijdens mijn familieonderzoek bovendien op een historische naam die me compleet van mijn stuk bracht: Renaud de Malesis. Een naam uit een ver verleden, verbonden met de wereld van de Tempeliers.

Renaud...

Opnieuw.

Het vuur roept me opnieuw.

Daarom neem ik jullie de komende tijd mee in een gloednieuw avontuur:

Vijf bloemen. Vijf levens. Eén ziel.

Een boekenreeks over een jonge vroedvrouw die, terwijl ze haar eigen trauma's probeert te begrijpen, steeds verder wordt meegevoerd naar levens die misschien ooit de hare waren, van het middeleeuwse Picardie in Frankrijk tot het Amsterdam van de twintigste eeuw.

Vijf vrouwen.
Vijf levens.
Eén ziel.
En één karmische cirkel die eindelijk doorbroken moet worden.

Het is fictie, geworteld in geschiedenis, maar met een ziel die volledig wordt gevoed door mijn eigen ervaringen, vragen, ontdekkingen en voelsprieten.

Momenteel zit ik volledig in de stroom van boek één: Myrthe.

Mijn gevoel staat scherper dan ooit. En hier, met de eeuwenoude Duvetorre vlakbij, vind ik eindelijk de rust om haar verhaal op te schrijven.

De hitte van de voorbije weken is verdwenen.
Vanmorgen viel er zachte regen.
En plots begon alles weer te stromen.

Het schrijven kan beginnen.